‘L-gas’ versus ‘H-gas’

27-09-2016

Wij hebben dit thema vroeger reeds aangesneden, maar we komen erop terug omdat de conversie van het L-gasnet naar een H-gasnet bezig is en de volgende jaren vaak in het nieuws zal komen. Ze zal een impact hebben op 1,6 miljoen klanten in België (50% van de residentiële gasklanten en 30% van de industriële klanten).

Op dit ogenblik wordt L-gas geleverd in een strook tussen Limburg en Henegouwen en de twee grootste steden van het land, Brussel en Antwerpen. In de rest van België wordt H-gas (voor ‘High’ of ‘rijk’) verdeeld (gas uit de Noordzee, Qatar enz.).
 
L-gas (L voor ‘Low’ of ‘arm’) komt uit Nederland. Naar aanleiding van de aardbevingen die rechtstreeks in verband staan met de intensieve exploitatie en de geleidelijke uitputting van het reusachtige gasveld van Slochteren heeft de Nederlandse regering beslist om de productie geleidelijk aan te verminderen en de export van L-gas tegen eind 2029 zelfs volledig stop te zetten. Het aanbod van H-gas is voldoende gediversifieerd en groot genoeg om het aangekondigde verlies van deze belangrijke bevoorradingsbron voor ons land probleemloos te compenseren.

De grote verschillen tussen L-gas en H-gas zijn het hogere stikstofgehalte van L-gas en zijn lagere calorische waarde ten opzichte van H-gas: een kubieke meter L-gas bevat dus minder energie (KWh) dan H-gas. Bovendien is de transportdruk voor L-gas (25 mbar) hoger dan voor H-gas (21 mbar).

Daardoor bestaan er in België twee transmissie- en distributienetten voor gas naast elkaar: een H-net en een L-net. Synergrid, de federatie van transmissie- en distributienetbeheerders voor energie, kondigde onlangs de geleidelijke transformatie aan van het L-net in een H-net om op pragmatische en efficiënte wijze tegemoet te komen aan de beslissingen van onze Nederlandse buren. Volgens een indicatieve planning zal deze conversie plaatsvinden tussen 2018 en 2029. Dit zal ‘cluster’ per ‘cluster’ (max. 250.000 klanten per cluster) worden uitgevoerd, geleidelijk aan van de Franse grens naar de Nederlandse grens.

Bij de klanten die voor de conversie met L-gas bevoorraad werden, zal de compatibiliteit van alle gasapparaten moeten worden gecontroleerd. Gasapparaten bestemd voor de Belgische markt en verkocht na 1978 zijn in theorie geschikt voor beide gastypes.

In Houthalen en Leopoldsburg hebben de distributienetbeheerders reeds met succes conversietests uitgevoerd.

FEBEG neemt samen met andere spelers – de netbeheerders, overheidsinstanties, regulatoren, installateurs enz. - deel aan de eerste werkvergaderingen om deze uitdaging aan te gaan en de conversie zo vlot mogelijk te laten verlopen voor de gasgebruikers.